24 uur Midzomernacht(loop)

UPDATE 4.45 uur – En we zijn binnen! Karima een half uur eerder dan wij, maar die wist niet dat het geen wedstrijd was. Wat het dan wel was? Het was vooral heel donker. We hebben één Schotse Hooglander, twee nachtvlinders, twee muggen en 48 schapen en één hond (of een zwart schaap) gezien. Verder niks. 

Er waren 168 deelnemers aan de 21 kilometer. Daarvan hebben we er 150 van afgeschud na het eerste checkpoint. En toen liepen we dus alleen in het donker en ging de tijd zo snel voorbij dat we niet eens een rustpauze hebben genomen. We zijn gewoon doorgebanjerd van start tot finish. En dat is dat. Het is inmiddels 5.45 uur en we rijden weer naar huis. Lekker naar bed!  

       UPDATE 23.45 uur – Klaar voor de start! Jelmer heeft al een hert gevangen.  

 

UPDATE 20.45 uur – Twaalf uur later lig ik weer in bed. Ik probeer een dutje te doen, maar dat lukt natuurlijk niet. Over een uurtje zijn Jelmer en Karima hier. Ik ben nog steeds behoorlijk gaar van de slechte nacht, maar waarschijnlijk ook omdat ik me vandaag volledig heb toegegeven aan de lamlendigheid. Van niks doen word ik moe. Dat gaat straks ongetwijfeld over. Mijn tas staat klaar. Ik neem twee WakaWaka’s mee, een hoofdlamp en een minizaklampje. Van de maan moeten we het niet hebben vannacht. Die staat in zijn eerste kwartier en dan waarschijnlijk ook nog achter een dik wolkendek. Verder heb ik bij me: een regenjas, Compeed, een kompas, een pastasalade, een thermoskan thee en nog wat extra voedsel. Jelmer wil alleen maar koffie. En cappucchino. En nog meer koffie. 

We hebben ons streefbedrag inmiddels gehaald: € 600 rond. Zijn we best trots op! Met dank aan jullie! 

8.45 uur – Het is zaterdagochtend en ik lig nog in bed. Onder het raam worden geanimeerde gesprekken gevoerd door buurtgenoten. Ik kan het net niet verstaan, maar verbaas me over de hoeveelheid mensen die al zo actief zijn op dit tijdstip. 

Vandaag is het de op één dag na de langste dag van het jaar. Morgen, op 21 juni is het echt de langste dag, maar omdat die dag op een zondag valt en iedereen maandag weer moet werken, doen we net alsof het vandaag de langste dag is. En dus vieren we vanavond de Midzomernacht met allerlei activiteiten in het land, iets wat in Scandinavische landen al eeuwenlang wordt gedaan, en wat hier de laatste tijd ook steeds uitgebreider wordt gevierd. We vieren de zomerzonnewende: dat we van lengende dagen naar kortere dagen gaan (wat eigenlijk niet echt leuk is). 

Samen met mijn vrienden Jelmer en Karima vier ik de kortste nacht van het jaar door mee te doen aan de Midzomernachtloop van Natuurmonumenten. Op klokslag twaalf uur vannacht vertrekken we vanaf het Bezoekerscentrum in Rheden voor een 21 kilometer lange wandeling over de Veluwe, de zonsopkomst tegemoet. 

Ik heb slecht geslapen en denk aan de dag zonder einde die voor me ligt. Fysiek heb ik me goed voorbereid: de afgelopen drie weken heb ik vijf avondwandelingen van ongeveer 10 kilometer gemaakt, vooral om mijn krakende lijf wat op te waarderen (zie vorige blog). Deze woensdag kwam daar per ongeluk ook een oefening in het donker bij – tip: probeer nooit een donkerblauwe route te volgen in een donker bos, want blauwe markeringen worden onzichtbaar op obscure stammen op de late avond. Gelukkig zijn de markeringen vannacht reflecterend. 

Hop eruit, en douchen. Ik hou vandaag een update bij van deze lange dag. Wordt vervolgd! 

Ps. Met onze deelname aan de Midzomernachtloop zamelen we geld in voor de natuur. We staan al op € 581 (van de gestreefde € 600!) en je mag nog altijd sponsoren. Dat kan hier

Midzomernachtloop 2015

Over precies drie weken is de Midzomernachtloop. Dat betekent dat ik over precies drie weken niet om 23.30 uur mijn altijd comfortabele bed in kruip, maar dat ik me samen met mijn vrienden Karima en Jelmer meld bij de start van een halvemarathon wandeltocht over de Veluwe. Midden in de nacht, in het donker, in de woeste Nederlandse natuur. 

Deze tocht in de kortste nacht van het jaar wordt georganiseerd door Natuurmonumenten. Normaal mag je ’s nachts niet op de Veluwe komen, want dan slapen alle dieren. Behalve degene die dan sluipend, snuffelend en rovend hun maaltje bij elkaar scharrelen, maar gelukkig zitten er geen tijgers, nachtkrokodillen of giftige salamanders tussen. De Veluwe is niet bepaald de Indonesische jungle, maar een onopgemerkte, laaghangende beukentak kan ook behoorlijk wat schade aanrichten. En hoe zit het eigenlijk met wilde zwijnen? Slapen die ’s nachts?

De enige keer dat ik ’s nachts in het bos heb gelopen, was met een zelfgeorganiseerde dropping tijdens een volleybalkamp twintig jaar geleden. Ik herinner me voornamelijk een stoer mannetje van een jaar of dertien dat naast me liep en de hele weg herhaalde: ‘Ik schijt zeven kleuren stront.’ Spannend was het wel. Al die geluiden die je niet kent en het duister van een onbekende omgeving werpen je terug op je dierlijke instincten. Je bent de hele tijd op je hoede. Of je schijt zeven kleuren stront. 

Ik geloof niet dat angst het probleem zal zijn over drie weken. Eerder het wakker blijven tot 5 of 6 uur ’s ochtends en het bij elkaar houden van mijn skelet. Ik ben de laatste tijd wat gammel. Mijn knieën en bekken willen  alleen functioneren in een omgeving van zeer strakke spieren en vragen steeds om onderhoud. (Ik ben verdorie nog niet eens veertig!) Dus nu leg ik me braaf – bijna – elke avond toe op een 15 minuten durende sessie van Pilates en ‘planking’ (zo lang mogelijk als een plank op je ellebogen en tenen steunen) voor ik naar bed ga. En dat helpt behoorlijk goed! Verder heb ik een paar lange avondwandelingen ingepland met diverse wandelgenootjes om weer te wennen aan het langeafstandswandelen. Afgelopen woensdag heb ik bijna twee uur met mijn overbuurvrouw rondgemarcheerd in Amelisweerd. En daarna deed alles zeer. 

Ach ja, ik schrijf dit niet om zielig te doen, want tegelijkertijd vind ik het heerlijk om buiten te zijn, en om fijne gesprekken te voeren in het ritme van een wandeling. Langzaam en met aandacht lijkt de wereld een stuk mooier. Als je zin hebt om een avondje mee te wandelen, ben je van harte welkom!

Intussen hebben we al € 140,00 opgehaald voor de natuur. De Midzomernachtloop is namelijk óók bedoeld om geld in te zamelen voor de Nederlandse natuur. We moeten € 600,00 bij elkaar krijgen om mee te doen. Sponsor je ons team? Dat kan hier: http://midzomernacht2015.nl/dekrukken. Tijdens de nacht doen we live verslag van onze vorderingen. Als er een netwerk hangt tenminste, in die woeste natuur. 

Alvast dank! 

  

Alleenstaande vaders en een evaluatie

‘Je komt me bekend voor, woon je in de buurt?’ We zaten op een picknickbank bij een ijscokarretje in Nunspeet. Dit was in de tijd (lees: maandag) dat het nog 25 graden was, best heet op een volgeladen fiets in de zon. Die ochtend had de boswachter me dezelfde vraag gesteld. Of ik al vaker op zijn terrein gekampeerd had. ‘Ik zal wel een generiek gezicht hebben,’ zei ik. ‘Of u verwart me met Katja Schuurman.’ Iets wat een peuter laatst ook had gedaan bij het zien van haar foto in een blad.

Als je alleen met een kind reist, heb je automatisch een heleboel aanspraak. De combinatie moeder-dochter trekt blijkbaar nog meer de aandacht, vooral van alleenstaande vaders. ‘Dat zie je niet vaak, een moeder met haar dochter op fietsvakantie.’ Het is een makkelijke openingszin. En vreemd genoeg kom je via die zin dan heel snel op de gescheiden situatie van de man in kwestie. Dus, een tip voor alleenstaande moeders: ga met je kind rondhangen op een Natuurkampeerterrein, je hebt zo een nieuwe vent aan de haak geslagen bij het kampvuur. Werkt beter dan Tinder. Voorwaarde is wel dat je van ‘avontuurlijke types’ houdt.

Iets anders wat me opviel tijdens deze tocht is dat veel mensen denken dat op fietsvakantie met een kind heel moeilijk is. Vooruit, je bent de hele dag écht bezig en met twee volwassenen kun je de taken beter verdelen, maar als je jezelf geen tijdslimiet stelt, dan is het goed te doen. Vertrekken kost bijvoorbeeld erg veel tijd, omdat je alles zelf moet doen: ontbijt maken, bedden opruimen, tent opbergen, jezelf aankleden, je kind twintig keer aansporen dat ook te doen, twee sets tanden poetsen, twee keer haren kammen, twee keer blote ledematen insmeren etc. En dat afgewisseld met tikkertje spelen, de schommel duwen, een geheim paadje ontdekken en bloemen plukken, maar zo gaat het thuis vaak ook.

We vertrokken meestal pas tussen 12 en 13 uur, en dan moesten we na een half uur al stoppen voor de lunch. Dat we er dagelijks toch nog zo’n vijftig kilometer uit wisten te persen, verbaasde me. Maar op de fiets hadden we juist ons rustmoment. Dan was trappen het enige dat we hoefden te doen en gelukkig vond Mila dat ook leuk (dat helpt wel hoor: dat je kind fietsen en kamperen leuk vindt).

Inmiddels zijn we al weer thuis. De laatste fietsdag hadden we afgelopen donderdag, op Hemelvaartsdag. De koude nacht waren we goed doorgekomen met de extra deken van de beheerder, maar de kou in de ochtend had ik wat onderschat. Het was zo guur en grauw, dat we twee uur nodig hadden om op te warmen in een lunchroom in Assen. En toen moesten we nog 30 kilometer naar het  huis van onze vrienden. Ik kon me haast niet voorstellen dat we drie dagen eerder in de schaduw hadden zitten puffen van de warmte bij dat ijscokarretje. Later in de middag trok de temperatuur gelukkig wat bij, en konden we om 18.00 uur, heel luxe, aanschuiven bij het eten.

Samengevat: We hebben 250 km gefietst in vijf dagen. We hebben overnacht op Natuurkampeerterreinen: Dasselaar in Zeewolde, Landgoed Old Putten in Elburg, Dassenburcht in Punthorst en Thyencamp in Hooghalen. We hebben eekhoorns, konijnen, roofvogels en 600 koolwitjes gezien (Mila: 602). We hebben 36 mensen ingehaald, en zijn op onze beurt door 128 wielrenners gepasseerd. Desondanks bleven we positief.

‘Zou je nog een keer op fietsvakantie willen?’ vroeg ik vanochtend aan Mila. ‘Ja!’ riep ze meteen. ‘Wanneer?’

Gewijzigde plannen

Na vier dagen fietsen en kamperen is de turbostand van Mila uiteindelijk gezakt naar een minimum. Vandaag heeft ze voornamelijk bij mij voor op het zadeltje op de stang gezeten (ja, ik heb een herenfiets uit 1995, gekregen van mijn ouders toen ik klaar was het het vwo – en ja, dat is al
twintig jaar geleden). En ook kiest ze nu liever voor de mooie, rustige wegen, dan de ‘snelle wegen’. 
De eerste twee dagen wilde ze het liefst over de gele wegen op de kaart fietsen, omdat ik had gezegd dat die het kortst waren. Dat die ook lawaaiierig en saai waren, kon mevrouw weinig boeien. We moesten immers zo veel mogelijk mensen proberen in te halen. Inmiddels heeft ze dit wedstrijdelement laten varen, waarschijnlijk omdat er weinig te winnen viel, en fietsen we de laatste twee dagen over knusse bospaadjes, langs allerschattigste molens en huizen met kabouters in de tuin. Verder maken we grappen over plaatsnamen, zingen we liedjes uit tv-series die ik niet ken, en telt Mila alle koolwitjes die ze ziet (iets van 230, en altijd iets meer dan ik er heb gezien). 
Het plan Schiermonnikoog heb ik laten varen. We zijn op dit moment in de buurt van Assen en in theorie zouden we het kunnen halen, maar ik vind het allemaal net wat te ambitieus  voor een vijfjarige. Ze maakt relatief korte nachten, want probeer een kind maar eens voor 21.00 uur de slaapzak in te krijgen als de zon nog niet onder is en andere kinderen  volop spelen in de buurt van je tent. Ik merk dat ze echt moe begint te worden. Vandaar dat ons nieuwe einddoel Groningen is, waar we bij vrienden gaan logeren en waar we lekker in het binnenzwembad gaan zwemmen. Want dat is voor Mila de ultieme beloning. 
Morgen is dus al weer onze laatste fietsdag, en dan vieren we nog anderhalve dag vakantie in Groningen. Nu nog even deze laatste nacht ‘overleven’, want hoezo is het ineens maar vier graden vannacht? Gelukkig hebben we een extra deken van de beheerder gekregen, en liggen we met thermoflessen in onze slaapzakken. Komt vast goed.  

         

Op fietsvakantie

We zijn weer op pad, Mila en ik. En omdat de laatste blog inmiddels al bijna een jaar oud is, is het hoog tijd voor een nieuw verhaal én een nieuw avontuur. Deze keer zijn we vertrokken op de fiets, met beduidend minder mensen, spullen en kilometers voor de boeg dan bij de laatste reis. We zijn zijn maar met zijn tweeën deze keer en het vagelijke plan is naar Schiermonnikoog te fietsen in één week. ‘Op Schier’ is een vriendinnetje van Mila op vakantie, en dat leek me wel een aantrekkelijk einddoel: samen spelen op het strand. 

Nu is het eiland best wel ver voor kinderbeentjes, en ik kan totaal niet inschatten wat nog leuk is voor die beentjes, dus heel vast staat het plan niet. Het maakt ook allemaal niet zoveel uit, zo lang we maar onderweg zijn. 
En dat zijn we. Op Moederdag zwaaiden we Pek uit, die voor een paar dagen naar Istanbul vertrok, en fietsten we de straat uit richting Bilthoven en vandaaruit naar Flevoland voor onze eerste overnachting op Natuurkampeerterrein Dasselaar bij Zeewolde.
Met Mila op de aanhangfiets hebben we een soort tandem, volbepakt met tassen en een tent. We gaan eigenlijk best hard met zijn tweetjes. Dat komt voornamelijk door Mila, die op het moment dat ze die aanhangfiets aanraakt, verandert in een drilinstructeur van het ergste soort. Als we nog niet eens zijn opgestapt, begint ze al van achter te roepen: ‘Harder! Harder!’ Als er een fietser in zicht komt: ‘Haal die man in!’ Of, achteromkijkend naar een peleton wielrenners in aantocht: ‘Doorfietsen mama, ze mogen ons niet inhalen!’
Wat dat betreft wordt deze vakantie één grote teleurstelling voor het kind, want we worden er om de haverklap uitgefietst door willekeurig welke racefietser in een lycra pakje. 
Maar Zeewolde bleek redelijk gemakkelijk te befietsen te zijn op deze manier. Op het kampeerterrein kookten we samen een potje pasta, rende Mila nog 150 rondjes om de speeltuin tegenover onze tent, luisterden we naar een alles overheersend, maar prachtig vogelconcert dat te horen was tot zonsondergang en kropen we voldaan in onze slaapzakken. Mila iets minder voldaan, omdat ze haar slaapzak zo lelijk vindt, maar à la. Ik vond het de beste Moederdag ooit.  

  

  
  

Dag 25: We zijn er!

Whoop whoop, we zijn in Eastbourne! We hebben de 100 mijl, de 160 kilometer helemaal uitgelopen met vier kleine kinderen, heel veel kampeerspullen, nog meer eten, twee Rambler Explorers, een Mountain Buggy en drie volwassenen (de laatste dagen plus één). Ik zit net gedoucht op een hotelkamer in Eastbourne en kan het nog steeds niet geloven.

Lang hebben we gedacht dat het onmogelijk was. Het verzorgingsproces dat Josie steeds moest doorlopen met haar drie kinderen was zo intensief, en vooral het slaap-eet-luier-ritme van Jack nam erg veel tijd in beslag. We hadden daardoor weinig echte wandeluren, en de uren die we hadden waren zwaar, omdat we eigenlijk te weinig handen hadden om de bagage en de kinderen de heuvels op te krijgen. Veel stukken hebben we drie keer gelopen, op en neer om de karren één voor één boven te krijgen. Dat Pek ons de laatste dagen kwam helpen maakte veel uit. We konden ineens meer gedaan krijgen in de korte wandeltijd.

Vanochtend stonden we nog in een paardenveld. Het had de hele nacht geregend, en dat zou het blijven doen tot morgenavond. We besloten de stoute schoenen aan te trekken, én onze regenkleding, en marcheerden in hoog tempo met één Rambler vol meisjes, en de buggy voor Jack naar Eastbourne, 4 mijl verderop. Onze tenten en bagage hebben we later met de auto opgehaald. Met al dat gewicht die gladde, natte paden bewandelen was te gevaarlijk geweest. Het heeft de hele middag keihard geregend. Maar toen we de zee uit de mist zagen opdoemen, kon het ons niet meer schelen. De kinderen renden vrolijk naar beneden. One, two, three… Eastbourne! riepen ze de hele tijd.

Bij het eindpunt had Guust voor iedereen een medaille. Supertrots ben ik op mijn Mila (4), en op Molly (7), Daisy (4) en Jack die eergisteren 1 jaar is geworden. Maar ook op Josie, die zo hard heeft moeten werken als ‘alleenstaande’ moeder, en op Guust met al zijn power en wilskracht, zonder wie we de karren nooit boven hadden gekregen. Veel dank ook aan Pek, met zijn frisse inbreng en zowel mentale als fysieke ondersteuning, die ons uiteindelijk met droge kleren in dit hotel heeft weten te krijgen.

Dank ook aan Walking Wagon voor het mogelijk maken van deze tocht door het uitlenen van de twee Ramblers. Het zijn echt topkarren! En tenslotte dank aan iedereen die ons gesponsord heeft, en die ons moreel gesteund hebben met alle reacties en aanmoedigen via welke kanalen dan ook. Dank jullie wel!! Ik hoop dat Make-A-Wish Nederland veel mooie wensen kan vervullen van het geld dat onze wandelexpeditie heeft opgebracht.

We blijven nog een dagje in Eastbourne en komen woensdagavond thuis. Deze reis was het meest belachelijke dat ik ooit gedaan heb, maar daardoor ook heel bijzonder. Iets om nooit te vergeten. Ik hoop dat Mila het ook zo heeft ervaren. Ze wil nog niet naar huis, dus dat lijkt me positief.

IMG_5687.JPG

Dag 24: We zijn er bijna (maar ook helemaal niet)

‘Are you with Josie Dew?’ Guust en ik hadden net de tweede kar tot halverwege de heuvel zonder einde gebracht, toen de man met het op afstand bestuurbare vliegtuigje deze vraag op ons afvuurde. ‘Yes,’ zei ik aarzelend, want Josie en de rest waren nog helemaal niet in beeld. ‘Maar hoe weet je dat?’

Een paar dagen eerder had ik wat foto’s op de facebookpagina van Josie gezet. Uit de tekst had hij opgemaakt dat we rond deze tijd best wel eens op deze heuvel zouden kunnen zijn. ‘Wow, ik ga haar dus ontmoeten,’ zei hij, ‘ik ben een beetje nerveus.’
‘Ach joh,’ zei ik met een knipoog. ‘Ze is helemaal niet zo leuk in het echt.’

Het duurde een hele tijd voordat zijn held eindelijk in levende lijve voor hem stond. Vlak na onze pauze moesten alle kinderen ineens plassen, poepen, iets eten, en ook ruzie maken, vertelde Pek, die als eerste met Mila boven kwam. Daisy had de hele weg huilend en jammerend afgelegd, omdat ze een steen kwijt was. Wat natuurlijk vreselijk is. Die ene mooie steen die in geen enkel opzicht lijkt op de miljoen andere stenen op de South Downs Way.

We hadden vandaag in één ruk naar Eastbourne willen lopen. Vooral omdat er voor morgen en overmorgen een zondvloed wordt voorspeld. Alleen maar regen op het programma. Vanaf de camping in Alfrinston met het veld waar minstens 200 tenten scheerlijn aan scheerlijn stonden, met de onze daar ergens tussenin, naar Eastbourne was het ongeveer 8 mijl (13 km). Dat is ver voor ons, maar haalbaar als we op tijd zouden vertrekken. Maar we vertrokken niet op tijd, en de kinderen waren moe, en alle hotels en B&B’s in Eastbourne zaten vol, omdat het een bank holiday is dit weekend. Alle Britten hebben dan de maandag vrij.

Toen we om 16.30 uur in Jevington aankwamen, het laatste dorpje vóór Eastbourne en de laatste pleisterplaats voor die enorme laatste heuvel die ons nog te wachten staat, moesten we wel hier een slaapplek zoeken. Het was nog 4 mijl naar Eastbourne, te ver voor vandaag.

Josie wilde op het kerkhof bij het middeleeuwse kerkje kamperen, Guust vond dat heiligschennis. De pastoor was in geen velden of wegen te bekennen, dus om toestemming vragen lukte niet. Een dame op leeftijd wees ons op de paardenhoeve naast het kerkje. Daar waren ze zo aardig om ons een stuk grasveld uit te lenen, naast het tennisveld.

We aten in de naastgelegen pub The Eight Bells en dachten aan onze eindbestemming. Als het echt zo veel gaat regenen als voorspeld wordt, dan worden de steile paden onbegaanbaar met de zware Ramblers. Veel te glad om het gewicht te kunnen houden. Dinsdag moeten we in Eastbourne zijn. Het lijkt zo dichtbij, maar tegelijkertijd heel ver weg.

’s Avonds zag ik dat de man met het vliegtuigje een foto van ons op de facebookpagina van Josie had achtergelaten. ‘A bit starstruck really. Made my day.’

IMG_5634.JPG

IMG_5628.JPG

IMG_5643.JPG