Dag 24: We zijn er bijna (maar ook helemaal niet)

‘Are you with Josie Dew?’ Guust en ik hadden net de tweede kar tot halverwege de heuvel zonder einde gebracht, toen de man met het op afstand bestuurbare vliegtuigje deze vraag op ons afvuurde. ‘Yes,’ zei ik aarzelend, want Josie en de rest waren nog helemaal niet in beeld. ‘Maar hoe weet je dat?’

Een paar dagen eerder had ik wat foto’s op de facebookpagina van Josie gezet. Uit de tekst had hij opgemaakt dat we rond deze tijd best wel eens op deze heuvel zouden kunnen zijn. ‘Wow, ik ga haar dus ontmoeten,’ zei hij, ‘ik ben een beetje nerveus.’
‘Ach joh,’ zei ik met een knipoog. ‘Ze is helemaal niet zo leuk in het echt.’

Het duurde een hele tijd voordat zijn held eindelijk in levende lijve voor hem stond. Vlak na onze pauze moesten alle kinderen ineens plassen, poepen, iets eten, en ook ruzie maken, vertelde Pek, die als eerste met Mila boven kwam. Daisy had de hele weg huilend en jammerend afgelegd, omdat ze een steen kwijt was. Wat natuurlijk vreselijk is. Die ene mooie steen die in geen enkel opzicht lijkt op de miljoen andere stenen op de South Downs Way.

We hadden vandaag in één ruk naar Eastbourne willen lopen. Vooral omdat er voor morgen en overmorgen een zondvloed wordt voorspeld. Alleen maar regen op het programma. Vanaf de camping in Alfrinston met het veld waar minstens 200 tenten scheerlijn aan scheerlijn stonden, met de onze daar ergens tussenin, naar Eastbourne was het ongeveer 8 mijl (13 km). Dat is ver voor ons, maar haalbaar als we op tijd zouden vertrekken. Maar we vertrokken niet op tijd, en de kinderen waren moe, en alle hotels en B&B’s in Eastbourne zaten vol, omdat het een bank holiday is dit weekend. Alle Britten hebben dan de maandag vrij.

Toen we om 16.30 uur in Jevington aankwamen, het laatste dorpje vóór Eastbourne en de laatste pleisterplaats voor die enorme laatste heuvel die ons nog te wachten staat, moesten we wel hier een slaapplek zoeken. Het was nog 4 mijl naar Eastbourne, te ver voor vandaag.

Josie wilde op het kerkhof bij het middeleeuwse kerkje kamperen, Guust vond dat heiligschennis. De pastoor was in geen velden of wegen te bekennen, dus om toestemming vragen lukte niet. Een dame op leeftijd wees ons op de paardenhoeve naast het kerkje. Daar waren ze zo aardig om ons een stuk grasveld uit te lenen, naast het tennisveld.

We aten in de naastgelegen pub The Eight Bells en dachten aan onze eindbestemming. Als het echt zo veel gaat regenen als voorspeld wordt, dan worden de steile paden onbegaanbaar met de zware Ramblers. Veel te glad om het gewicht te kunnen houden. Dinsdag moeten we in Eastbourne zijn. Het lijkt zo dichtbij, maar tegelijkertijd heel ver weg.

’s Avonds zag ik dat de man met het vliegtuigje een foto van ons op de facebookpagina van Josie had achtergelaten. ‘A bit starstruck really. Made my day.’

IMG_5634.JPG

IMG_5628.JPG

IMG_5643.JPG

Advertenties

Dag 22: pech onderweg

‘Ik snap echt niet hoe jullie zo ver gekomen zijn,’ zei Pek. We zaten met zijn vieren aan een tafeltje van de jeugdherberg bij Southease, Guust, Mila, Pek en ik. Met zijn komst hadden we een extra paar handen, maar ook meer gewicht op de karren gekregen. Gisteren en vandaag had hij mogen ondervinden hoe het is om die zware rakkers de heuvel op te duwen.

Josie was met de kinderen bij de tent gebleven, in een weiland iets verderop. Ons plan om in de jeugdherberg te slapen was mislukt: alles zat vol, ook het kampeerveldje ernaast. Gelukkig had de buurvrouw een stukje land over, en mochten we daar ons kamp opslaan. Vandaaruit konden we alsnog gebruikmaken van de faciliteiten van de jeugdherberg. Zoals van de kantine, waar de kok heerlijke kipcurry en brietaart had bereid.

Het was een rare dag geweest met vooral veel pech. Het begon al met een boze boer die ons wegjoeg van zijn veld. Hij had reden om boos te zijn, want de avond ervoor hadden wij zijn koeien opgesloten in een veld. We hadden net al onze tenten ingericht, toen bleek dat we niet alleen waren. Een flinke kudde stond ons ineens aan te gapen vanuit het veld ernaast. Het hek was open. Josie kwam met allerlei verhalen van mensen die vertrappeld waren door vee, en vond het beter om de koeien op afstand te houden. Ze maakte gauw het hek dicht. Het leek me dat de eigenaar van de beesten daar niet blij mee zou zijn. En inderdaad. ‘Niet blij’ is een understatement. Hij was ziedend. We hebben nog nooit zo snel onze spullen ingepakt.

Een half uur later namen we een verkeerde afslag. De meest verkeerde die we hadden kunnen nemen, want het extreem steile pad bracht ons binnen een kwartier tot beneden aan de Downs. Pas toen ontdekten we dat we fout zaten. Het naastgelegen pad naar boven was net zo steil als het andere en we beseften dat het ons minstens een uur zou kosten om de Ramblers weer boven te krijgen. Het voelde als zinloze krachtsinspanning
en tijdverspilling, maar er zat niks anders op. Met zijn drieën duwden Guust, Pek en Josie eerst de meest zware kar naar boven. Halverwege de helling zei de kar ‘snap!’ en schoten de trekstang en de rem los. Ook dat nog.

Om 14.00 uur stonden we hijgend met ons hele hebben en houden weer boven op de heuvel, terug op de route. De kar van Guust was nog steeds niet helemaal goed. Door de steilte van de helling en de kracht die erop de trekstang was komen te staan, was deze eruit geschoten en nu zit er waarschijnlijk speling op. Zodra het wat zwaarder wordt, schiet het ding er meteen uit, en trekt daarbij de rem aan (of eruit, in het slechtste geval). Terwijl we boven op de berg in een loeiende wind onze lunch aten, repareerde Guust opnieuw de stang en de rem. De komende hellingen was het vooral een kwestie van de kar naar boven duwen, zonder al te hard te trekken aan de stang.

Onze wilde plannen om vandaag 7 mijl af te leggen hadden we inmiddels laten varen, en dus liep het laatste stuk van de route van vandaag voornamelijk naar beneden, in de richting van de jeugdherberg, aan de voet van de volgende heuvel.

Terwijl we rustig naar beneden liepen, kreeg Josie een telefoontje van haar man Gary. Hij had om half twee een auto-ongeluk gehad. Een auto was met hoge snelheid op het achterwiel van zijn Landrover met laadbak gereden. Hij was twee keer over de kop gegaan, maar was er gelukkig vrijwel ongeschonden uitgekomen. De auto was total-loss.
Gary was thuis, en vond dat Josie en de kinderen gewoon door moesten lopen. Maar een shock was het natuurlijk wel. Ineens besef je dat je leven in een seconde 180 graden kan draaien. Of afgelopen kan zijn.

In de kantine van de jeugdherberg dronken we een wijntje op Gary en bespraken we de dag. Onze materiaalpech, de boze boer en de omweg stelden niets voor. Microproblemen. We hebben nog 15 mijl te gaan. Ineens is Eastbourne heel dichtbij.

IMG_5603.JPG

IMG_5598.JPG

IMG_5584.JPG

Dag 19: hulp in aantocht

‘Het is heel gek: eerst miste ik papa helemaal niet, maar nu mis ik hem heel erg!’ zei Mila vanochtend in de tent. Dat komt goed uit, want morgen (woensdag) stapt Pek in de auto om ons ergens op de route te ontmoeten. Het laatste stuk loopt hij met ons mee, en dat is maar goed ook, want of we het écht gaan halen tot aan Eastbourne is nog maar de vraag. We hebben nog 31 mijl (ca. 50 km) te gaan in 7 dagen. Dat is ongeveer 7 km per dag, en dat ligt net boven ons gemiddelde. Daarbij zijn de weersvoorspellingen voor de laatste twee dagen behoorlijk slecht. Misschien kunnen we niet eens zwemmen in de zee (dé vette worst waarmee we de kinderen vooruit krijgen).

Jullie staan ons zeker toch wel allemaal op te wachten in Eastbourne volgende week dinsdag? We willen op zijn minst een binnenkomst met bloemenkransen, snoepkettingen en een fanfare. Dat hebben we, en zeker de kinderen, wel verdiend als we het halen!

Na drie weken beginnen de lijven te kraken van het voortslepen van die loeizware karren. ‘Wie zegt dat ie nergens last van heeft, die liegt’, zei Guust gisteren. ’s Ochtends komen we zuchtend en stijf uit onze tenten gekropen. Of we dan meteen een spelletje willen doen. Ja hoor, natuurlijk doen we een spelletje mee. Eerst even de tent opruimen.

Gisteren hadden we voor het eerst iemand die aanbood mee te helpen de karren de heuvel op te duwen.
Na bijna drie weken. Het was een Spaanse mountainbiker uit Murcia. Hij kwam ons tegemoet fietsen, legde meteen zijn fiets aan de kant en begon de kar van Guust te duwen. Eigenlijk best bijzonder dat verder niemand dat doet. Iedereen heeft wat op te merken over de Ramblers, maar verder dan dat komt het niet.

De samenstelling van ons gezelschap roept vragen op, je ziet het in de ogen van de voorbijgangers. Wat doet die man met die twee vrouwen en al die kinderen? Alsof we een grote Mormonenfamilie zijn. ‘Jullie lijken wel vluchtelingen,’ zei iemand. ‘Het doet nogal Bijbels aan,’ zei een ander. ‘Een soort zigeuners,’ weer iemand anders. Als je dan even een praatje aanknoopt (iets waar vooral Guust bedreven in is), dan zie je de gezichten opklaren. Helemaal niet zo eng.

De kinderen zijn niet per definitie gemakkelijk vooruit te branden. Heuvel op moeten ze alles lopen. Mila roept dan meteen ‘maar ik ben zo moe!’ Om vervolgens vol energie mee te doen met tikkertje of verstoppertje. We hebben al van alles bedacht ter motivering: we doen Schipper mag ik overvaren, spelen treintje, zingen liedjes, of maken veldboeketten. Stenen verzamelen vinden ze zelf een heel goed idee, en die ‘mooie’ collectie moet dan mee in onze broekzakken of op de karren. Verder kopen we de kinderen om met kaaskoekjes, biscuitjes en de belofte aan zwemmen in de zee (tja).

Vandaag liepen we van een koeienveld waar we illegaal gekampeerd hebben via Devil’s Dyke naar Pyecombe. Een prachtig stuk weer, met waanzinnig mooie uitzichten. Ik schrijf dit vanuit de tent in de achtertuin van een B&B. Naast ons raast het verkeer van een snelweg. Wat een opmerkelijk geluid.

Ik hoop dat Pek niet vergeet om aan de linkerkant van de weg te rijden.

—–
Ons sponsoren voor Make-A-Wish Nederland kan nog altijd!
Ga naar: https://www.justgiving.nl/nl/mobile#pages/6030

IMG_5553.JPG

IMG_5483.JPG

IMG_5490.JPG

Dag 16: into the wild

Veel mensen begrijpen niet zo goed waarom wij dit doen. Die hele tocht, met al die kinderen en al die zooi. Dat gesleep, en dat gebrek aan douches en andere voorzieningen die het leven doorgaans heel wat comfortabeler maken. Waarom in het bos poepen als je ook gewoon een fris toilet kunt hebben?

Het is moeilijk uit te leggen, maar de aantrekkingskracht van een tocht als deze ligt voor mij voornamelijk in het beleven van iets waarvan de uitkomst onzeker is. Noem het avontuur. Drie weken naar zee gaan is ook fijn, maar het geeft een compleet andere voldoening. Het is een voorspelbaar ritueel. Vier weken wandelen van A naar B brengt je op plekken en in situaties die van tevoren niet kunt bedenken. Daarbij reis je ook nog eens heel langzaam, waardoor je het landschap intenser ervaart. Je ziet, ruikt, hoort elk detail.

Wild kamperen is daarbij het meest bijzonder. Het contact met de natuur, de sterrenhemel, de vergezichten geven een gevoel van vrijheid en verdieping. Het leven lijkt ineens een stuk eenvoudiger als je wakker wordt van de zon op je tent en het uitzicht over een grasveld bedekt met dauw. Een douche is van inferieur belang als je langzaam reist, want je hebt de zon zien ondergaan en de uil horen roepen in de nacht.

Intussen kwamen we Amberley maar niet uit. We zijn er een dag extra gebleven vanwege het vermeende slechte weer (wat natuurlijk reuze meeviel) en toen we vrijdag vertrokken moesten we eerst flink inkopen doen vanwege het gebrek aan winkels de komende dagen (wat ook reuze meeviel). Dat kostte aardig wat tijd. En die tearoom naast het buurwinkeltje, met de lekkerste koffie en taartjes, hielp ook niet echt mee. We beklommen een heuvel die verticaal omhoogging en kampeerden op een minigrasveldje op een y-splitsing tegen een bos aan. In het zuiden zagen we een groot deel van de kustlijn, en in het noorden konden we zelfs tot Londen kijken.

Zaterdag hadden we een gemakkelijk dagje van 4 mijl over de heuvelrug. We zijn 15 keer gestopt voor de nodige toileerperikelen en hadden een lunchpauze van anderhalf uur. Daisy is weer aan de diarree. Mila heeft een gek loopje ontwikkeld, maar lijkt daar verder geen last van te hebben. We houden het in de gaten. Om 18.00 uur bereikten we de camping in Washington helemaal in het dal.

Geen mooie uitzichten vanavond, maar wel een gloedhete douche voor 20 pence. Na al die zonsondergangen zonder, was dit – toegegeven – de best bestede 20 pence van de afgelopen dagen.

IMG_5391-1.JPG

IMG_5433.JPG

Dag 13: halverwege de ups & downs

We zijn precies op de helft met het aantal dagen. En hoe ongelooflijk het ook klinkt: we zitten precies halverwege tussen Winchester en Eastbourne. 50 mijl zit erop. Geen idee hoe we dat voor elkaar gekregen hebben, met zelfs nog drie rustdagen die we hebben ingelast. We leggen blijkbaar gemiddeld 5 mijl per dag af.

‘Ik denk dat we in het Guinessbook of Records kunnen komen’, zei Molly. Dat lijkt mij ook, met diverse records. De South Downs Way afleggen: met de meeste kinderen; met de jongste ‘wandelaar’ (Jack); met de meeste bagage; in de meeste dagen; op de meest omslachtige manier.

‘Zoals jullie je verplaatsen, zo hebben ze vroeger ook de stenen naar Stonehenge gebracht’, zei een wandelaar vandaag tegen ons. Hij had zelf de dag ervoor 36 km afgelegd met zijn vrouw en hun Jack Russell, maar hij vond onze manier van reizen bewonderswaardiger. Of gestoorder, dat was me niet helemaal duidelijk. Het voelt in elk geval erg middeleeuws, met die handkarren te reizen van het ene naar het andere dorp.

De route is fantastisch. Omdat we steeds op een heuvelrug lopen, krijgen we vaak prachtige uitzichten voorgeschoteld, de ene keer over het binnenland, en de andere keer kunnen we zelfs de zee zien. Die komt stiekem steeds een beetje dichterbij. Alle dorpjes liggen aan de voet van de heuvelrug, dus als we iets nodig hebben, moeten we naar beneden. Voor een gewone wandelaar is dat niet zo’n probleem, maar met onze kinderen en karren kost ons dat zeker een à twee uur. In principe blijven we dus boven en verslepen we daarom vooral veel voedsel en water.

Op de Downs zelf is weinig bewoning. Af en toe komen we een boerderij tegen, en dat is het wel. Het pad is tot nu toe vrij breed, en slingert afwisselend langs korenvelden en bossen. Langs de kant staan wilde marjolein, boterbloemen, en vooral veel bramenstruiken en brandnetels. Het is een paradijs voor vlinders. We eten ontzettend veel bramen: gratis voedsel langs de weg. En gratis diarree. Dat ook.

Daarmee kunnen we ook in het Guinessbook of Records komen: met de meeste plas- en poepstops onderweg.

IMG_5385.JPG

IMG_5372.JPG

IMG_5374.JPG

Dag 11: Eerste doel bereikt!

Daisy en Jack waren nog flink aan de diarree gisteren en hadden nog een extra dagje recupereren nodig. Met ziek voetvolk komen we niet ver. Vandaag was dus een extra dag op het wachtbankje, met uitstapjes naar Midhurst en een verblijf in een posh B&B in Cocking. Alles staat weer klaar voor morgen. Josie denkt zelfs dat ze minder bagage heeft dan de vorige keer.

Eén doel is in elk geval bereikt: we wilden € 1500,00 ophalen voor Make-A-Wish Nederland, en dat is gisteren gelukt! Supertrots op al onze vrienden en kennissen die zo gul gedoneerd hebben! Bedankt! (Er kan overigens nog gewoon gedoneerd worden, elke euro is welkom!)

Hierbij een kleine foto-impressie van de eerste 38 mijl. Geen fancy fotogalerij, maar gewoon lekker onder elkaar! Bij de andere blogs staan nu ook meer foto’s: eindelijk een goede internetverbinding om plaatjes te uploaden!

IMG_5203.JPG

IMG_5298.JPG

IMG_5299.JPG</

IMG_5241.JPG

Dag 9 en 10: INTERMEZZO

Na 38 mijl (61 km) hebben we de South Downs voor tijdelijk verlaten. Vrijdagavond begon het enorm
te regenen en we zaten met een stel oververmoeide kinderen waarvan er drie aan de diarree waren. Aangezien we vlak bij Josies huis waren, was de keuze snel gemaakt: hup, naar huis om onze manschappen te laten recupereren.

Gisteren hebben we de hele dag een beetje rondgehangen rond Josies huis. De kinderen hebben de hele dag in de tuin gespeeld, terwijl Josie weer aan het rondrennen was om duizend dingen tegelijk te regelen. Ik heb nog nooit iemand ontmoet met zo weinig rust in haar lijf. Gelukkig kan ze er zelf ook smakelijk om lachen (als ze een seconde even niets aan het regelen is).

Vandaag hebben we een extra rustdag ingelast vanwege de ‘storm’, waar men het al de hele week over heeft. Half Zuid-Engeland zou worden weggeblazen in orkaanachtige taferelen, maar dat blijkt uiteindelijk mee te vallen. Wel is er een halve meter regen gevallen, en zijn de paden veranderd in riviertjes. Heel fijn om dat vanuit een warm en droog huis te constateren.

Morgen gaan we verder waar we zijn gebleven: bij het plaatsje met de idyllische naam Cocking. We moeten nog tweederde van de route. Het uitzicht wordt steeds mooier, en we hebben alle tijd om daarvan te genieten, omdat we microscopisch langzaam gaan. De laatste twee dagen hebben we steeds de karren om de beurt naar boven gebracht met zijn tweeën. Eerst de ene, dan teruglopen voor de andere. Zo leggen we de hele afstand driedubbel af. Maar het is okee zo. Het is zoals het is.

Waar we ook komen: We trekken veel bekijks met onze karavaan. De meest gehoorde opmerking is: ‘Zit er een accu in die kar?’ (Helaas niet). De vele mountainbikers die we tegenkomen, zetten steevast grote ogen op als ze horen dat we op weg zijn naar Eastbourne. ‘Moet je dát helemaal daarheen slepen?’ Volgens diverse bikers die de route hebben gedaan, zitten we nu op het makkelijke gedeelte. ‘Het wordt alleen maar steiler!’ Maar als ze dat zeggen, doen we net alsof we het niet horen.

Donderdag stonden we in de regionale krant, en vrijdag hield een wandelaar ons staande: ‘You must be the crazy Dutch with all those children and wagons.’ Hij had van ons gehoord in een supermarkt in South Harting, waar we zelf niet eens geweest zijn. Onze roem reikt blijkbaar tot ver buiten het wandelpad.

Morgen gaat ons avontuur verder.

IMG_5276.JPG

IMG_5277.JPG

IMG_5301.JPG