Dag 16: into the wild

Veel mensen begrijpen niet zo goed waarom wij dit doen. Die hele tocht, met al die kinderen en al die zooi. Dat gesleep, en dat gebrek aan douches en andere voorzieningen die het leven doorgaans heel wat comfortabeler maken. Waarom in het bos poepen als je ook gewoon een fris toilet kunt hebben?

Het is moeilijk uit te leggen, maar de aantrekkingskracht van een tocht als deze ligt voor mij voornamelijk in het beleven van iets waarvan de uitkomst onzeker is. Noem het avontuur. Drie weken naar zee gaan is ook fijn, maar het geeft een compleet andere voldoening. Het is een voorspelbaar ritueel. Vier weken wandelen van A naar B brengt je op plekken en in situaties die van tevoren niet kunt bedenken. Daarbij reis je ook nog eens heel langzaam, waardoor je het landschap intenser ervaart. Je ziet, ruikt, hoort elk detail.

Wild kamperen is daarbij het meest bijzonder. Het contact met de natuur, de sterrenhemel, de vergezichten geven een gevoel van vrijheid en verdieping. Het leven lijkt ineens een stuk eenvoudiger als je wakker wordt van de zon op je tent en het uitzicht over een grasveld bedekt met dauw. Een douche is van inferieur belang als je langzaam reist, want je hebt de zon zien ondergaan en de uil horen roepen in de nacht.

Intussen kwamen we Amberley maar niet uit. We zijn er een dag extra gebleven vanwege het vermeende slechte weer (wat natuurlijk reuze meeviel) en toen we vrijdag vertrokken moesten we eerst flink inkopen doen vanwege het gebrek aan winkels de komende dagen (wat ook reuze meeviel). Dat kostte aardig wat tijd. En die tearoom naast het buurwinkeltje, met de lekkerste koffie en taartjes, hielp ook niet echt mee. We beklommen een heuvel die verticaal omhoogging en kampeerden op een minigrasveldje op een y-splitsing tegen een bos aan. In het zuiden zagen we een groot deel van de kustlijn, en in het noorden konden we zelfs tot Londen kijken.

Zaterdag hadden we een gemakkelijk dagje van 4 mijl over de heuvelrug. We zijn 15 keer gestopt voor de nodige toileerperikelen en hadden een lunchpauze van anderhalf uur. Daisy is weer aan de diarree. Mila heeft een gek loopje ontwikkeld, maar lijkt daar verder geen last van te hebben. We houden het in de gaten. Om 18.00 uur bereikten we de camping in Washington helemaal in het dal.

Geen mooie uitzichten vanavond, maar wel een gloedhete douche voor 20 pence. Na al die zonsondergangen zonder, was dit – toegegeven – de best bestede 20 pence van de afgelopen dagen.

IMG_5391-1.JPG

IMG_5433.JPG

Dag 13: halverwege de ups & downs

We zijn precies op de helft met het aantal dagen. En hoe ongelooflijk het ook klinkt: we zitten precies halverwege tussen Winchester en Eastbourne. 50 mijl zit erop. Geen idee hoe we dat voor elkaar gekregen hebben, met zelfs nog drie rustdagen die we hebben ingelast. We leggen blijkbaar gemiddeld 5 mijl per dag af.

‘Ik denk dat we in het Guinessbook of Records kunnen komen’, zei Molly. Dat lijkt mij ook, met diverse records. De South Downs Way afleggen: met de meeste kinderen; met de jongste ‘wandelaar’ (Jack); met de meeste bagage; in de meeste dagen; op de meest omslachtige manier.

‘Zoals jullie je verplaatsen, zo hebben ze vroeger ook de stenen naar Stonehenge gebracht’, zei een wandelaar vandaag tegen ons. Hij had zelf de dag ervoor 36 km afgelegd met zijn vrouw en hun Jack Russell, maar hij vond onze manier van reizen bewonderswaardiger. Of gestoorder, dat was me niet helemaal duidelijk. Het voelt in elk geval erg middeleeuws, met die handkarren te reizen van het ene naar het andere dorp.

De route is fantastisch. Omdat we steeds op een heuvelrug lopen, krijgen we vaak prachtige uitzichten voorgeschoteld, de ene keer over het binnenland, en de andere keer kunnen we zelfs de zee zien. Die komt stiekem steeds een beetje dichterbij. Alle dorpjes liggen aan de voet van de heuvelrug, dus als we iets nodig hebben, moeten we naar beneden. Voor een gewone wandelaar is dat niet zo’n probleem, maar met onze kinderen en karren kost ons dat zeker een à twee uur. In principe blijven we dus boven en verslepen we daarom vooral veel voedsel en water.

Op de Downs zelf is weinig bewoning. Af en toe komen we een boerderij tegen, en dat is het wel. Het pad is tot nu toe vrij breed, en slingert afwisselend langs korenvelden en bossen. Langs de kant staan wilde marjolein, boterbloemen, en vooral veel bramenstruiken en brandnetels. Het is een paradijs voor vlinders. We eten ontzettend veel bramen: gratis voedsel langs de weg. En gratis diarree. Dat ook.

Daarmee kunnen we ook in het Guinessbook of Records komen: met de meeste plas- en poepstops onderweg.

IMG_5385.JPG

IMG_5372.JPG

IMG_5374.JPG

Dag 11: Eerste doel bereikt!

Daisy en Jack waren nog flink aan de diarree gisteren en hadden nog een extra dagje recupereren nodig. Met ziek voetvolk komen we niet ver. Vandaag was dus een extra dag op het wachtbankje, met uitstapjes naar Midhurst en een verblijf in een posh B&B in Cocking. Alles staat weer klaar voor morgen. Josie denkt zelfs dat ze minder bagage heeft dan de vorige keer.

Eén doel is in elk geval bereikt: we wilden € 1500,00 ophalen voor Make-A-Wish Nederland, en dat is gisteren gelukt! Supertrots op al onze vrienden en kennissen die zo gul gedoneerd hebben! Bedankt! (Er kan overigens nog gewoon gedoneerd worden, elke euro is welkom!)

Hierbij een kleine foto-impressie van de eerste 38 mijl. Geen fancy fotogalerij, maar gewoon lekker onder elkaar! Bij de andere blogs staan nu ook meer foto’s: eindelijk een goede internetverbinding om plaatjes te uploaden!

IMG_5203.JPG

IMG_5298.JPG

IMG_5299.JPG</

IMG_5241.JPG

Dag 9 en 10: INTERMEZZO

Na 38 mijl (61 km) hebben we de South Downs voor tijdelijk verlaten. Vrijdagavond begon het enorm
te regenen en we zaten met een stel oververmoeide kinderen waarvan er drie aan de diarree waren. Aangezien we vlak bij Josies huis waren, was de keuze snel gemaakt: hup, naar huis om onze manschappen te laten recupereren.

Gisteren hebben we de hele dag een beetje rondgehangen rond Josies huis. De kinderen hebben de hele dag in de tuin gespeeld, terwijl Josie weer aan het rondrennen was om duizend dingen tegelijk te regelen. Ik heb nog nooit iemand ontmoet met zo weinig rust in haar lijf. Gelukkig kan ze er zelf ook smakelijk om lachen (als ze een seconde even niets aan het regelen is).

Vandaag hebben we een extra rustdag ingelast vanwege de ‘storm’, waar men het al de hele week over heeft. Half Zuid-Engeland zou worden weggeblazen in orkaanachtige taferelen, maar dat blijkt uiteindelijk mee te vallen. Wel is er een halve meter regen gevallen, en zijn de paden veranderd in riviertjes. Heel fijn om dat vanuit een warm en droog huis te constateren.

Morgen gaan we verder waar we zijn gebleven: bij het plaatsje met de idyllische naam Cocking. We moeten nog tweederde van de route. Het uitzicht wordt steeds mooier, en we hebben alle tijd om daarvan te genieten, omdat we microscopisch langzaam gaan. De laatste twee dagen hebben we steeds de karren om de beurt naar boven gebracht met zijn tweeën. Eerst de ene, dan teruglopen voor de andere. Zo leggen we de hele afstand driedubbel af. Maar het is okee zo. Het is zoals het is.

Waar we ook komen: We trekken veel bekijks met onze karavaan. De meest gehoorde opmerking is: ‘Zit er een accu in die kar?’ (Helaas niet). De vele mountainbikers die we tegenkomen, zetten steevast grote ogen op als ze horen dat we op weg zijn naar Eastbourne. ‘Moet je dát helemaal daarheen slepen?’ Volgens diverse bikers die de route hebben gedaan, zitten we nu op het makkelijke gedeelte. ‘Het wordt alleen maar steiler!’ Maar als ze dat zeggen, doen we net alsof we het niet horen.

Donderdag stonden we in de regionale krant, en vrijdag hield een wandelaar ons staande: ‘You must be the crazy Dutch with all those children and wagons.’ Hij had van ons gehoord in een supermarkt in South Harting, waar we zelf niet eens geweest zijn. Onze roem reikt blijkbaar tot ver buiten het wandelpad.

Morgen gaat ons avontuur verder.

IMG_5276.JPG

IMG_5277.JPG

IMG_5301.JPG

Dag 4: To wait and weight

Het is dag 4 van onze expeditie en we hebben er zo’n 25 km op zitten. Als we in dit tempo doorgaan, halen we Eastbourne net. Maar dan kunnen we geen rustdagen nemen, dus eigenlijk gaan we te langzaam. Josie begint wat taken af te staan in de ochtend, waardoor het hele ochtendproces met haar drie kinderen wat sneller gaat. Dat is mooi, want daarom zijn we ook met zijn allen op reis: om elkaar te helpen.

Vanochtend ontfermden Guust en ik ons grotendeels over Molly en Daisy, zodat Josie zich op Jack kon concentreren en op het inpakken van de spullen. Zo’n reis doen als single parent van drie kinderen is haast onmogelijk. Ze heeft het zelf ook onderschat, geeft ze toe, en daarbij vindt ze het moeilijk om dingen los te laten. Maar beetje bij beetje begint het haar te dagen dat ze ons ook kan inzetten.

Wij hebben het erg makkelijk met zijn drieën. De ochtend is voor ons een moment van rust en ontspanning. We spelen wat met de kinderen en pakken op ons gemak de drie tassen in die we hebben. Verder is het wachten op Josie voor we kunnen vertrekken.

Vandaag waren we ‘al’ om 12.30 uur weg. Een record! We hadden overnacht op een soort boerencamping, zonder beheerder, en zonder toilet. Er was alleen een veld met een kraantje. Toen de beheerder vanochtend langskwam, probeerde hij ons € 48,00 af te troggelen voor deze ‘faciliteiten’. We hebben er € 32,00 van weten te maken, maar het blijft een belachelijk bedrag. ‘Als ik een paar jaar geleden zei dat ik de reis voor een goed doel maakte, dan mocht ik meestal gratis overnachten’, zei Josie.

De karren zijn gigantisch zwaar. Met twee volwassenen per kar gaat het prima om ze naar boven te krijgen, maar wij zijn drie volwassenen met twee karren en een buggy. Vaak sleep je die kar dus in je eentje de berg op, of we lopen op en neer om de karren één voor één te doen. Ik kom straks thuis met enorme spierbundels (of een gebroken rug). Over een paar dagen zien we Gary weer, de man van Josie. We zijn nu al aan het bedenken welke spullen we aan hem gaan geven. Ik zou denken: alles!

Verder lopen we in een prachtig landschap, over glooiende heuvels bedekt met goudgele korenvelden, afgezet met meidoornhagen. Vaak kunnen we ver kijken en zien we het Isle of Wight en Southampton in de verte liggen. De zee lonkt, maar is nog ver weg: 135 kilometer om precies te zijn. Of we die halen binnen de tijd die we hebben? Geen idee. Maar het maakt niet uit. De reis is nu al een ervaring van het bijzondere soort.

20140805-074254-27774228.jpg

IMG_5206.JPG

IMG_5220.JPG

We zijn vertrokken!

Vrijdag 1 augustus. Het is 22.00 uur als ik eindelijk met Mila in de tent lig. Het is gelukt! We hebben dag 1 van onze expeditie met succes afgerond. We zijn met veel te veel spullen vertrokken. Echt, met veel te veel. Ik kan niet eens raden wat er in die vijftig tassen van Josie zit. Maar goed, ze pasten op een of andere manier toch samen met onze spullen in de twee Ramblers. Deze karren verdienen nu al een diepe buiging.

De reis van Tilburg naar Winchester is zonder noemenswaardigheden verlopen. De Eurostar bracht ons in twee uur van Brussel naar Londen. Het overstappen van metro naar metro naar trein ging ook prima, dankzij onze bagageconstructie met het IKEA-steekwagentje.
Het weerzien met de familie Dew-Appleton was fantastisch. Eindelijk gaan we het plan dat zich via driehonderd mails heeft ontvouwen tot wat het nu is, ten uitvoer brengen.

Na een nacht en een goed ontbijt in een B&B in Winchester, na twee uur inpakken, de karren volladen, uitladen en opnieuw inladen, liepen we richting de kathedraal van Winchester (ja, die van de ronde tafel van Koning Arthur), waar het vertrekpunt was. Omdat we nog een fotoshoot moesten doen bij een outdoorwinkel die Josie flink gesponsord had, omdat we boodschappen moesten doen, eten, twee plasstops maken, de kathedraal bekijken, Jack voeden en verschonen en meer van dit soort dingen, vertrokken we uiteindelijk om 17.00 uur richting onze eerste overnachtingsplek, 3,5 km verderop.

We trokken veel bekijks met onze volgeladen Ramblers plus Mountain Buggy (een offroad wandelwagen voor Jack). Pas toen we de M3, de snelweg ten oosten van Winchester achter ons lieten werd het rustig. Het laatste stuk konden we Mila, Molly en Daisy pas echt ‘loslaten’. Ze begonnen meteen door het korenveld te rennen. Heerlijk, die vrijheid.

In de tent draait Mila zich naar me toe. ‘Ik kan écht niet slapen! Dit matje is helemaal niet fijn.’
‘Ach joh, dat zeg je alleen maar omdat ik net mijn matje heb bijgeblazen.’
‘Niet. Ik wil gewoon een ander matje!’
‘Dat kan niet, want ik heb geen ander matje.’
Stilte.
‘En wat dacht je van de jouwe dan?’

IMG_5194.JPG

IMG_5212.JPG

200 kilo spullen

shoes

These boots are made for walking.

Bagage en wandelvakanties – het blijft een lastige combinatie. Hoe meer je meeneemt, des te meer je op je rug moet meezeulen. Dan denk je wel even na of je dat derde paar sokken echt nodig hebt. Niet dus. In de praktijk blijk je met bijzonder weinig af te kunnen. Een geruststellende gedachte voor mijn toch wat krakende skelet.

Komende donderdag vertrekken Mila en ik voor een kleine vier weken naar Engeland. Wat ik nodig heb, weet ik onderhand wel na al die wandelvakanties in de Pyreneeën. Maar wat heeft een 4-jarige nodig? Ik ben nog nooit met een 4-jarige op wandelvakantie geweest.

Bijvoorbeeld: Ik had het idyllische idee dat Mila en ik gewoon in ons wandeltentje zouden slapen, het tentje waar ik altijd met mijn zus in lig als we de GR11 lopen. Later bedacht ik me dat een ruimte van 80 cm breed waar je maar op één plek rechtop kunt zitten vast niet genoeg is voor een overactieve kleuter. Misschien regent het wel dagen achter elkaar. Waar moet ze dan spelen? En hoe houden we onze spullen droog als die inmiddels best lange ledematen steeds tegen het tentdoek aan slaan? Dus ik ben blij dat ik een prachtig lichtgewicht tentje mag lenen van vrienden: een Hilleberg Nallo 2 GT – voor de kenners onder u. Weegt 1,6 kilo meer dan het wandeltentje, maar dan heb je zelfs een ruime buitentent mét gedegen grondzeil.

Josie schreef me dat ze voor Molly en Daisy een wandelstok had aangeschaft. Die leek me niet echt nodig, maar als twee van de drie zo’n hippe stok hebben, dan moet die derde er toch ook maar aan. Totaal bezweken onder de parent pressure heb ik er een online besteld. De wandelstok kwam binnen met de post en ik liet hem triomfantelijk aan Mila zien. ‘Kijk wat ik voor je gekocht heb, een wandelstok!’ Wat ik terugkreeg, was een opgetrokken wenkbrauw vanaf de bank, met daarna een langzaam uitgesproken: ‘Ik geloof níet dat ik die nodig heb.’ VIER JAAR is ze.

En dan die kindervoetjes. De hele weg op sandalen afleggen leek me geen goed idee, ook al is het maar 6 km per dag. Op Marktplaats kocht ik een paar haast ongeschonden zwart met rode Löwa wandelschoentjes, maat 27. Ik wist niet dat ze die in zulke kleine maatjes hadden. Met het wandelstokdebacle in mijn achterhoofd, was ik voor een tweedehandssetje gegaan. Als Mila iets in haar hoofd heeft, dan is ze er moeilijk vanaf te krijgen. Maar ze vond de schoenen vet en heeft ze meteen de hele dag aan gehad onder haar roze flamencojurk. Ook heel vet.

Om te slapen gaat mee: het matje van Pek en de slaapzak van Pek. Tijdelijk omgedoopt tot het matje van Mila (Waarom is het een blauwe? Ik wil een rode!) en de slaapzak van Mila. Dan ook nog een minikussentje en een zijden lakenzak voor warme nachten. En twee pakken nachtluiers, die natuurlijk veel te zwaar en te groot zijn, maar die vele problemen zullen voorkomen. Gemak wint het hier van gewicht.

De stapel spullen op de logeerkamer wordt elke dag genadeloos hoger. Ik heb al een steekkarretje van tien euro van de IKEA aangeschaft, want ik vrees dat Guust en ik de spullen niet allemaal meekrijgen op onze rug wanneer we van openbaar vervoer naar openbaar vervoer moeten in Engeland. En dan staan we straks in Winchester, en dan komt Josie naar alle waarschijnlijkheid met het drievoudige van onze spullenberg aanzetten.

We hebben dan wel twee van die prachtige Rambler wandelkarren die per stuk 200 kilo aan kunnen. Maar kunnen wij zelf die 200 kilo wel aan…? Misschien laat ik één pak luiers toch maar thuis. En die wandelstok? Ik weet het niet.

– Met onze wandelexpeditie hopen we minstens € 1500,00 bij elkaar te brengen voor Make-A-Wish Nederland (laat wensen uitkomen van kinderen met een levensbedreigende ziekte). De teller staat op dit moment op € 1084,30! Dus als je ons nog niet gesponsord hebt… Ga hier naar de sponsorpagina.

Een bijzondere reisgenoot

Het is 6 juli. Aan het eind van deze maand zitten Guust, Mila en ik in de trein naar Londen. En dan in de metro. En dan nog een keer in de metro. En dan in de trein naar Winchester, waar we Josie en familie zullen ontmoeten, met naar alle verwachting een enorme berg spullen, tassen en karren.

Guust heeft Josie nog nooit ontmoet. Ik heb hem een boek van haar gegeven, zodat ie haar een beetje kan leren kennen voor de reis. Andersom kon ik Josie geen boek van Guust geven, dus ze vertrouwt mij maar op mijn woord dat Goose een waardevolle aanwinst is voor onze reis. Wat bijzonder is, want eigenlijk kent Josie mij niet echt. En vice versa.

Als je me tien jaar geleden had gezegd dat ik in 2014 een wandelreis met Josie Dew zou gaan maken (én vier kinderen), dan had ik waarschijnlijk heel hard gelachen. In de tijd dat ik vele fietsvakanties met mijn zus maakte, was ik een groot fan van Josie (ik mag nu Josie zeggen), die grappige boeken schreef over haar solo fietstochten door alle continenten. Ik vond haar zo dapper, dat Britse meisje van 1.50 m dat in haar eentje de hele wereld veroverde op haar roze racefiets. Stiekem droomde ik ervan ook een wereldfietser en schrijfster te zijn, in mijn ogen de beste beroepscombinatie die er is. Ik heb nog ergens 80 pagina’s liggen als start van mijn eigen fietsboekenschrijfcarrière, maar verder is het nooit gekomen. De fietsreizen waren niet heroïsch genoeg, mijn schrijfstijl niet naar tevredenheid. Maar dat is een ander verhaal.

Het was jarenlang stil rond Josie Dew. Haar laatste boek verscheen in 2008. Daarna kreeg ze kinderen, en die zetten het wereldfietsen en het boeken schrijven tijdelijk op een laag pitje. Dat nam niet weg dat ze nog steeds grappige lezingen gaf over haar soloreizen en het fietsen met kinderen.

In 2012 haalden we Josie vanuit Stichting Natuurkampeerterreinen naar Utrecht voor een lezing in de Janskerk. Het was maart en ze kwam met haar man Gary en hun twee dochters op de fiets vanuit Zuid-Engeland. Ik mocht haar aankondigen en gaf haar oudste dochter Molly, toen vijf jaar, vanaf het podium een knipoog.
En zo is het gekomen.
Na de lezing ging de hele familie mee naar ons huis – Molly stond erop – voor een afsluitend drankje. Ons huis was een complete puinhoop, en zij voelden zich er meteen thuis. In uurtje was de vriendschap bezegeld.

IMG_2627Een jaar later gingen we voor vier dagen op bezoek in Zuid-Engeland. Het eerste plan was dat wij een paar dagen naar Londen gingen, en hen een middag zouden opzoeken. Uiteindelijk bleek het een feestweekend te zijn en waren bijna alle hotels volgeboekt of extreem duur. Dus stopte Josie ons in een bijhuisje in de tuin van haar ouders, die drie velden en een strookje bos bij hen vandaan wonen. Het voelde als iets volstrekt normaals, alsof we dit jaarlijks deden. Op een regenachtige middag speelde Josies moeder op de piano, terwijl Josie en ik een of ander dansje deden met de kinderen. ‘Dit had je zeker niet verwacht van een bezoek aan Zuid-Engeland?’ lachte Josie. En ze draaide nog een pirouette.

Dit was vorig jaar, en nee, ik had het bepaald niet verwacht. Over een paar weken ga ik als temporary wife met Josie op toernee, met de South Downs als decor. En dan maar zien of we het 160 kilometer lang (met vier jengelende kinderen) met elkaar kunnen uithouden. Vroeger las ik boeken over deze avonturen. Nu ga ik zelf mee. Stiekem is dat ook een beetje een droom die uitkomt.

– Met onze wandelexpeditie hopen we minstens € 1500,00 bij elkaar te brengen voor Make-A-Wish Nederland (laat wensen uitkomen van kinderen met een levensbedreigende ziekte). Je kunt ons sponsoren! Alle beetjes helpen. Ga hier naar de sponsorpagina.

Over de Heuvelrug en terug

Afgelopen weekend hebben we de Rambler Explorer uitgetest op een wandelkampeerweekend op de Utrechtse Heuvelrug. Guust, die ik normaal één keer in het half jaar zie, ging mee. Ook dat was onderdeel van de test, want straks moeten we vier weken samen op pad, en je zou het maar eens niet met elkaar kunnen vinden.

De Nederlandse delegatie van de South Downs Wandelexpeditie was hiermee compleet: Mila, Guust en ik. We kregen ook nog een paar proefkinderen mee, waaronder Carmen, die ongeveer de leeftijd van Molly heeft. Op de tweede dag kwam Annelin hier nog bij, die zich als een volwaardige vierjarige Daisy gedroeg.

Het voornaamste doel van het weekend was uitproberen hoe veel bagage er op de Rambler past, hoe we die het beste kunnen verdelen, en hoe het ding ‘loopt’, met of zonder kinderen er bovenop gestapeld. En antwoord vinden op de vraag: gaan we met één of met twee karren aan de wandel?

We liepen een route over de Utechtse Heuvelrug om de hoogteverschillen van de South Downs te kunnen nabootsen. Het was er op zijn minst minder plat dan in de rest van het land. Guust had een constructie gemaakt met een heupband, zodat hij de volgeladen kar als een waar trekpaard kon voorttrekken. Dat ging verbazingwekkend goed.

We hadden alle spullen op de Rambler gelegd, óók onze eigen rugzakken. De kar gaf geen kik, ook niet toen we er drie kinderen bovenop zetten. Ik schat dat er zo’n honderd kilo op de wagen lag. Op vlak (bossig) terrein was het eenvoudig trekken. Zelfs de kleuters konden de Rambler in hun eentje vooruit krijgen!

Bergop was een ander verhaal. Hier snapten we meteen het nut van de duwstangen: op moeilijk terrein kan een tweede persoon het trekpaard een handje helpen. Ik had dat met alle liefde gedaan, maar ons trekpaard was nogal eigenwijs en wilde liever zijn spierbundels tonen door de kar in zijn eentje de Darthuizerberg op te slepen. Ook goed.

Het was een heerlijk weekend met allemaal blije kinderen. We hebben ongeveer 17 kilometer afgelegd in anderhalve dag. De kinderen hebben de helft gelopen, gerend en al verstoppertje spelend afgelegd. De rest van de tijd lagen ze te slapen op de kar of uit volle borst liedjes te zingen.

De Rambler gaat onze tocht een heel stuk gemakkelijker maken, zeker als we er twee van mee krijgen. Binnenkort wordt ons exemplaar opgehaald en verscheept naar Josie in Zuid-Engeland. Zij mag de boel verder testen!

– Met onze wandelexpeditie hopen we minstens € 1500,00 bij elkaar te brengen voor Make-A-Wish Nederland (laat wensen uitkomen van kinderen met een levensbedreigende ziekte). Je kunt ons sponsoren! Alle beetjes helpen. Ga hier naar de sponsorpagina.

Op YouTube staat een filmpje van Mila die de Rambler Explorer voorttrekt, de kleine spierbundel.

20140610-225542-82542054.jpg

20140610-230636-83196731.jpg

Een proefritje

Nu we zo’n mooie Rambler Explorer te leen hebben gekregen van Walking Wagon, moest ik hem natuurlijk wel uittesten. Dus sleepte ik afgelopen zaterdag alle onderdelen weer uit de verloren hoek in onze slaapkamer waar ik ze twee weken geleden had neergezet – de enige plek in ons huis waar nog géén spullen stonden.

2014-05-24 15.09.32De lichtgewicht bolderkar weegt zo’n 50 kilo met alles erop en eraan, en er kan nog een slordige 200 kilo bovenop geladen worden. Voor een goede proefrit had ik dus meer nodig dan één minidochter van 15 kilo. Hoewel Mila ongetwijfeld met alle liefde al haar speelgoed had meegenomen, leek het me leuker iemand mee te vragen. Liefst iemand met een baby, zodat ik meteen het bijgeleverde kinderzitje kon uitproberen. We moeten binnenkort doorgeven welke accessoires we precies nodig hebben voor onze trip.

Ingrid had zin om mee te gaan, en zij heeft een Erik van 1,5 jaar, die ik voor het gemak ‘baby Erik’ noem, omdat hij de kar ging testen voor de accessoires die we straks nodig hebben voor baby Jack. Dat ‘baby Erik’ al lang kan lopen, en baby Jack nog niet, nemen we maar even voor lief.

Het in elkaar zetten van de kar ging als een zonnetje. Het is echt een heel goed doordacht ding, dat merk je aan alle ritsjes, verstelknoppen en handigheidjes. Omdat we zo’n beetje alle accessoires hebben meegekregen die er zijn (duwstangen, regenhuif, grote voortas, extra zijtas, tassen voor aan de duwstangen, opstapje, etc.) en omdat die ook nog eens in allerlei configuraties voor-achter-in-onder aan de kar gemonteerd konden worden, duurde het even voordat we de ideale zaterdagmiddag-we-doen-een-vlak-tochtje-van-een-paar-uurtjes-bolderkar in elkaar hadden.

De kinderen vonden de kar heel erg mooi en wilden er steeds in zitten. Toen ie stilstond tenminste. Toen we wilden gaan rijden, wilde ‘baby Erik’ niet in het voor hem bestemde kinderzitje. Mila wilde voornamelijk niks. Het kostte ons nogal wat overredingskracht en vooral heel veel tijd om de stad uit te komen. Toen we Amelisweerd in liepen, zat Mila als een koningin in baby Eriks kinderzitje en rende baby Erik achter de kar aan. Wat natuurlijk heel slecht is voor het testresultaat, want zoiets zou baby Jack nooit doen.

Omdat baby Erik druk bezig was de kar te ontlopen, kwam hij niet toe aan zijn middagslaapje, terwijl hij het wel nodig had. De oplossing bleek simpel: Ingrid moest ook in de kar, met Erik op schoot. Dat vond ie wel relaxed. En Mila ook, want nu kon ze samen met Ingrid slaapliedjes zingen.

Met alle rugzakken, twee kinderen, één moeder én de taartjes die we bij de Veldkeuken hadden gegeten, kwam het gewicht dat ik moest voorttrekken nog lang niet aan de 200 kilo. Het was dus een prima samenstelling voor de proefrit. Het bleek niet echt uit te maken of Ingrid wel of niet in de kar zat, en niet alleen omdat ze vederlicht is. De Rambler rolt als vanzelf. Het zal in de bergen, op een grasondergrond vast lastiger gaan, maar in de basis loopt de kar heerlijk soepel. Dat is fijn om te weten.

Baby Erik viel uiteindelijk in slaap. Ingrid wist zich er onderuit te wurmen en de laatste kilometer lag onze testbaby in een heerlijk rijdend bedje zijn nodige dutje te doen. Mila is er op het laatst nog bij gaan liggen, wat er heel zoet uitzag – getuige de foto.

Al met al was het een geslaagde eerste proefrit. We hebben ongeveer 7 kilometer afgelegd in 4 uur (incl. pauzes, speeltuinen, lunch, bloemen plukken, enzovoort). Over anderhalve week gaan we op pad met Guust en een berg kampeerspullen voor testrit twee.

– Met onze wandelexpeditie hopen we minstens € 1500,00 bij elkaar te brengen voor Make-A-Wish Nederland (laat wensen uitkomen van kinderen met een levensbedreigende ziekte). Je kunt ons sponsoren! Alle beetjes helpen. Ga hier naar de sponsorpagina.